Evenementen Kalender

1987 – 1991 => Toertocht

BIST DOE AL OM LEERMS KOOMM ………

Een wee gevoel in mijn maag op de avond van de 24e augustus had mij eigenlijk moeten waar­schuwen. Zaterdag 25 augustus zouden we met het halve dorp gaan kanoën. Een leuk vooruitzicht, dat wel. Maar toch …… Die week had ik net in het Nieuwsblad gelezen van de belevenissen van een ploeg kanoërs die, onder leiding van Klaas Hofman uit Wirdum, op het Wad was zoekgeraakt. Zelfs de uitgerukte reddingsboten en helikopters hadden niet kunnen helpen!! Die nacht schrok ik enkele keren wakker. Stel je toch eens voor! Ach, misschien zou het de volgende dag wel regenen, dan ging het niet door! De volgende ochtend nog voor de wekker afliep, was ik al klaar wakker. Het regende niet, nee, het was zelfs stralend weer! We moesten zo rond 13.00 uur bij het dorpshuis zijn. Ik had dus nog de hele ochtend de tijd om alles voor te bereiden. Een zwem­broek en een T-shirt aan, een extra T-shirt en een handdoek mee in een plastic zak. Op het laatste moment schoot mij nog te binnen dat ik nog meer mee moest nemen: een portemonnee, shag en een aansteker. Stel je voor dat het nat werd. Gelukkig vond ik nog een leeg mayonaise-emmertje met een deksel. Zo kon ik met een goed gevoel aan een hachelijk avontuur beginnen.

Bij het dorpshuis aangekomen, trof ik daar al een enorme groep mensen aan: 32 deelnemers hadden zich aangemeld en de meeste stonden al klaar. Aan de trillende knieën (witte, bruine en rood verbrande) te zien waren nog meer mensen wat gespannen. Sommigen hielden zich groot door wat op te scheppen over hun kano-ervaring, maar uit hun opmerkingen kon ik duidelijk opmaken dat ook zij nerveus waren. Nadat het inleggeld was voldaan bij onze trouwe penning­meester, Klaas Poort, vertrokken we, verdeeld over enkele auto’s naar Wirdum. 32 Leermsters, jong en oud, op de steiger van Klaas Hofman, een pracht gezicht. Voor ik het in de gaten had, lagen de eerste al in het water. Ik bedoel: ze waren al in een wankele kano gestapt en dreven al in het Damsterdiep. En allemaal op de goede manier. Het moest dus kunnen! Nadat ook Klaas–Jans en Klaas P. een geschikte kano hadden gevonden (Klaas had om een boot met ruime zitgelegenheid gevraagd) koersten we allen richting Appingedam. Het viel eigenlijk best mee! Zo’n kano is best wel stabiel als je er eenmaal inzit. De mensen die, misschien uit angst, gekozen hadden voor een zogenaamde Canadees, kregen al gauw spijt van hun keus. Die krengen varen zwaar en zijn nauwelijks op koers te houden. We genoten van de schitterende omgeving, van de lachende kinderen en van de kostelijke capriolen die sommigen moesten uithalen om niet in het riet (of brandnetels) te belanden. Voor sommigen leverde de tocht ook wel problemen op: zo moest Klaas- Jans aanleggen en bij de steile wal omhoog klimmen om te ………… plassen. Maar welke kant plas je dan op? Naar het water toe, waar de hele Leermster vloot ligt te wachten, of de andere kant op, waar vissers zitten te kijken en het verkeer voorbij rijdt? En Jan M. moest merken dat het melken en hooien hem wel sterk gemaakt had, maar dat dit nog niet betekent dat het kanoën je gemakkelijk afgaat.

In Appingedam maakten we het rondje en konden zo de hangende keukentjes en al die andere mooie dingen eens vanuit een ander perspectief bekijken. Mooi? Hartstikke mooi, hoewel ons ook wel duidelijk werd dat men nu maar eens moet opschieten met de bouw van de rioolzuiverings­installatie in de regio Eemsmond! Bij het bolwerk aangekomen was iedereen wel blij dat er even gepauzeerd mocht worden. Het aanleggen was niet eenvoudig, maar iedereen kwam (sommigen met wat vertraging) droog binnen. De drankjes en de hapjes waren snel genuttigd en we vertrokken weer. Ook nu kregen we iedereen droog in de boot en welgemoed werd de steven richting Oosterwijtwerdermaar gewend. Stralend weer en geen zuchtje wind. Heerlijk!

Hoewel, eerder genoemde Jan M. vond het tegenvallen en hij was dan ook blij dat Jan-Paul Loman bereid was hem met zijn motorboot een eindje op sleeptouw te nemen. Dat ging mooi! Totdat Jan-Paul motorpech kreeg, waardoor zijn boot opeens stilviel. Jan M., zich van geen kwaad bewust, schoot als een onderzeeër onder de boot van Jan-Paul en schepte op die manier een flinke hoeveel­heid water. Bij het Oosterwijt­werdermaar aangekomen sloegen we rechtsaf.

Schaatsliefhebbers kennen dit stuk en weten dat het nog wel eens een moeilijk stuk is. Zo ook nu: de wind, die we de hele dag nog niet gemerkt hadden, stak juist de kop op en blies ons na één slag voor uit prompt weer een halve slag achteruit.

Vermoeiend, voor sommigen bijna fataal. Bij café Bulthuis moesten we dan ook even uitblazen. En omdat we inmiddels ruim een uur achterlagen op het schema, was een natte Jan M. maar wat blij dat hij bij Judith V. in de bezemwagen kon stappen: hij moest nodig gaan melken. In een dol­drieste bui bood ik aan om de kano van Jan op sleeptouw te nemen. Nou, dat heb ik geweten. Eén kano tegen de wind in vaart zwaar, maar twee kano’s: dat vaart nog zwaarder. We vertrokken weer. Sommigen roken de thuishaven en zo kwam het dat Harry A. en Ale M. plotseling zomaar in de Leermster haven aankwamen, terwijl het eindpunt van onze tocht ……… bij het ‘Holt’n Waigje’ lag. Zoals altijd gold ook nu: de laatste loodjes wegen het zwaarst. En hoewel we onderweg nog vanaf de wal werden aangemoedigd door een oud Leermster, Jan–Otto Oosterhof, waren de meeste toch wel blij dat ze bij de mooie steiger konden aanleggen.

Het was inmiddels ruim half zeven geworden zodat de familie Menninga sr. ons kon vertellen dat zij al zo’n 3,5 uur op ons stonden te wachten. Zij hadden ons om ongeveer 15.00 uur verwacht, want van Wirdum naar Leermens was toch niet zo ver. Alle deelnemers hezen zich op de grote boerenkar en al zingend reed de heer Menninga ons met zijn tractor naar het dorpshuis, waar we blij verwelkomd werden door een inmiddels ook al wat ongerust geworden familie Tap. En daar in ons eigen dorpshuis was de verzorging natuurlijk weer prima!

Daarom een woord van dank aan allen die deze kanodag tot een geweldige belevenis hebben gemaakt: het bestuur van Dorpsbelangen voor de prima organisatie, de familie Menninga voor het transport, Judith Vermeulen voor de bezemwagen, Jan-Paul Loman voor zijn sleepbootdienst, de familie Tap voor de verzorging van de inwendige mens en natuurlijk alle deelnemers, want met elkaar hebben we laten zien waar een klein dorp groot in kan zijn.

Oh ja, wilt u nog weten waarvoor dat ietwat onbestemde gevoel in mijn maag mij had moeten waarschuwen? Voor de risico’s van het kanovaren. Want als enige van de hele groep ben ik er in geslaagd om koppie-onder te gaan. Een onhandige beweging bij het uitstappen bij het ‘Holt’n Waigje’ liet mij ontdekken dat het Maar daar niet dieper is dan ongeveer één meter. Ik was maar wat blij met mijn plastic zak met reservekleding en met mijn mayonaise emmertje dat, vrolijk ronddobberend in het Maar, mijn spulletjes toch maar mooi droog hield. U doet volgend jaar toch ook mee?

Ben Grolle

Maart 1991

SCHAATSPLEZIER

Donderdag 17 januari 1991 was het dan zover dat het ijs gekeurd werd door 3 bestuursleden van de IJsvereniging en het sein ‘betrouwbaar’ werd gegeven, zodat er na 4 jaar weer eens geschaatst kon worden op de ijsbaan. Direct nadat de kantine was opengegaan werd er goed gebruik van gemaakt. Iedereen was onder de indruk van zo’n grote en mooie kantine.

Vrijdagmiddag was de schooljeugd volop aan het schaatsen. Sommigen hiervan mochten ’s avonds ook nog schaatsen als het licht brandde. Het was dan ook een gezellige schaatsavond voor zowel de jeugd als de volwassenen. Iedereen trok een baantje. Om kwart over tien werden de laatste schaatsliefhebbers van het ijs geroepen. Helaas was het zaterdag over met de ijspret. Enkele liefhebbers deden nog een paar rondjes, maar toen begon het te regenen en viel de dooi in. Maar niet voor lang, zo bleek later.

Een bestuurslid

DE EERSTE SCHAATSPRET VAN EEN JEUGDIGE SCHAATSER

Op donderdag 17 januari konden we voor het eerst weer op de ijsbaan schaatsen. De belang­stelling was meteen groot. Ook de volgende dag hebben we weer volop kunnen genieten. De nieuwe ijskeet kon nu ook voor het eerst worden gebruikt. Het was wel even wennen, want je mist de geur van de oliekachel toch wel en het sfeertje daaromheen. Jammer genoeg was deze ijspret van korte duur.

Maar nu twee weken later kunnen we weer volop schaatsen. De eerste toertochten en prikslee­wedstrijden staan al op het programma. Ik hoop dat we wat langer van het ijs kunnen genieten zodat we ook in de voorjaarsvakantie nog kunnen schaatsen.

TOERTOCHT LEERMENS

Op donderdag 7 februari was het dan zover. Na een week met temperaturen tot –10 graden kon de toertocht van Leermens gehouden worden. Om ongeveer 10 uur ben ik aan de tocht begonnen, er stond een behoorlijke wind (windkracht 8). We moesten tussen Leermens en Oosterwijtwerd afslaan richting Holwierde en dan naar Delfzijl, zodat je eerst de wind volop tegen had, een goede test voor de beenspieren.

Het ijs was keihard waardoor je toch goed kon schaatsen. Eenmaal op het Damsterdiep aange­komen kreeg je de wind in de rug richting Garrelsweer, een makkie. Hier was voor de 35 km het keerpunt. Na te hebben gestempeld ongeveer 5 km terug richting Appingedam om bij Tjamsweer af te slaan richting Leermens.

Bij Oosterwijtwerd lagen over een lengte van zo’n 100 meter kleideeltjes op het ijs, wat inhield dat je niet meer kon schaatsen, maar lopen. Na 2 uur schaatsen toch voldaan in Leermens aan­gekomen.

Een toertochtrijder

Comments are closed.